Historie Loosdrechtse Plassen

Loosdrecht van turfwinning naar recreatie

Loosdrecht was vanaf de 14e eeuw een gebied waar op grote schaal turf gestoken werd, dé energie van het opkomende Holland en in het bijzonder Amsterdam. Door afgraving en afkalving ontstond een steeds grotere watervlakte totdat omstreeks 1900 de Loosdrechtse plassen hun huidige omvang bereikten. In 1900 werd de laatste turf gestoken. Daarna werd Loosdrecht een paradijs voor de watersport.

Turfwinning
De vervening heeft in drie fasen plaatsgevonden. Wilde vervening voor eigen gebruik was al bij het begin van onze jaartelling bekend. In de beide Loosdrechten moet de turfwinning, getuige de vele geschillen met de Gooilanders, reeds in de veertiende eeuw een belangrijke rol hebben gespeeld. In eerste instantie was er sprake van droge vervening, het afsteken van het veen tot op het bodemwater. Vanaf de zestiende eeuw komen de begrippen turftrekken en slagturven in de bronnen voor. Deze begrippen horen bij de zogenaamde natte vervening, het winnen van veen onder het bodemwaterpeil. Het systeem van petgaten en legakkers was aan strikte voorwaarden gebonden. Onder andere golden de volgende regels:
• legakkers zijn niet smaller dan 1 roede (1 roede is 3,77 meter);
• de minimale afstand van vervening tot openbare weg is 15 roeden;
• de minimale afstand van vervening tot gemeentegrens is 5 roeden.

Turfwinning: detail van de Nieuwe kaart van Mijnden en de Loosdrecht van Ian Spruijtenburgh anno 1734 (coll. Hist. Kr. Loosdrecht)
Turfwinning: detail van de Nieuwe kaart van Mijnden en de Loosdrecht van Ian Spruijtenburgh anno 1734 (coll. Hist. Kr. Loosdrecht)

De Loosdrechtse turf werd hoofdzakelijk aan Amsterdam geleverd. De turfschepen kwamen terug met stadsafval dat gebruikt werd voor bodemverbetering en ophoging. Deze stort heeft geduurd van circa 1400 tot 1900. Op ruime schaal is de bodem doorspekt met huishoudscherven, glas, metalen, bouwfragmenten, pijpenkoppen, enz. (depot Historische Kring Loosdrecht en Provinciaal Archeologisch depot). Als gevolg van ondergraving van de veenoevers en afkalving door golfslag zijn legakkers weggeslagen. Er ontstond een steeds grotere watervlakte totdat omstreeks 1900 de Loosdrechtse plassen hun huidige omvang bereikten. Voor het transport van de turf zijn de wegen en oevers van de Drecht op vele plaatsen doorstoken. Grote delen van het wegennet en de oevers zijn daardoor in het water verdwenen.

Waterwegen van levensbelang
Tot ongeveer 1900 was De Nieuwen Dijk niet meer dan een karrenspoor met lintbebouwing. De vroegere Oude Dijk was met een aantal andere wegen in het water verdwenen. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw is De Nieuwen Dijk gesplitst in de Nieuw-Loosdrechtsedijk en de Oud-Loosdrechtsedijk. Praktisch al het goederenvervoer vond over water plaats. Er was een levendig handelsverkeer met Amsterdam. Turfschepen en waterschuiten (de Amsterdamse grachten waren in de 16e en 17e eeuw al sterk vervuild) vervoerden vlees, zuivelproducten, graan, gewassen, paardenvoer en hooi. Het openhouden van de waterwegen was van levensbelang voor Amsterdam. Tijdens een zeer strenge winter in 1740 werd het openhakken en -houden van een vaargeul in het ijs van Amsterdam door de Zuiderzee en via de Vecht tot Weesp aanbesteed aan een consortium van vijf aannemers. De aanneemsom bedroeg 2800 florijnen. Het watertransport vanuit Loosdrecht naar Amsterdam lag twaalf weken en drie dagen stil.
Tijdens een Franse veldtocht in 1672 zijn op grote schaal kerkklokken geroofd. Het verhaal gaat dat de klokken van Oud-Loosdrecht tijdens het transport via de Hornsluis en de Loenerveensesluis richting de Vecht in de Vuntusplas zijn gezonken. Een duikersgroep heeft eind 2007 – begin 2008 een onderzoek ingesteld.
Van 1772 tot 1784 is in Oud-Loosdrecht de porseleinfabriek van ds. De Mol in bedrijf geweest. Aan- en afvoer van grondstoffen en producten vond over water plaats. Bij een archeologisch onderzoek in 2000 zijn de funderingen van de fabriek en de porseleinoven compleet in kaart gebracht.

Loosdrechtse Plassen
Loosdrechtse Plassen
Loosdrechtse Plassen
Loosdrechtse Plassen

Door de ontginningen en de turfwinning zijn prachtige natuurgebieden ontstaan. Het Loosdrechtse gebied is vaak beschreven en geschilderd. Een topografische kaart uit 1900 is een mooi ijkpunt voor het einde van de ontginningen, de stabilisering van het wateroppervlak en het begin van de verstedelijking. Langs de binnenkant van De Nieuwen Dijk lag vanaf ongeveer De Kreek tot de Boomhoek een smalle vaart die vanaf de Ster (de oorsprong van de Drecht) toegankelijk was. Op verschillende plaatsen lagen aan de dijk laad- en losplaatsen. Economie en recreatie
Tot in de twintigste eeuw werkten veel Loosdrechters in de landbouw. In Oud-Loosdrecht was door vervening veel cultuurgrond verdwenen. Middelen van bestaan waren onder andere visserij, rietsnijden en kruiden zoeken. Er heerste veel armoede, die nog verergerde door een landbouwcrisis rond 1900. Door het oprichten van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek in 1902 en de Coöperatieve Boerenleenbank in 1913 probeerde men verbetering in de situatie te brengen. De ambachtsheer van Loosdrecht, C.J. Hacke van Mijnden, die een agrarisch bedrijf bezat, stimuleerde de economische structuur met financiering en organisatie. Tussen 1860 en 1930 zijn er plannen gemaakt voor het dempen van de plassen. Daarmee wilde men cultuurgrond terugwinnen voor de boeren. Door de hoge kosten, de slechte ervaring met de Bethunepolder en de bezwaren van Defensie (waterlinie) zijn die plannen niet uitgevoerd. In 1929 werd het Plassencontract getekend waardoor de gemeente Amsterdam de drinkwatervoorziening kon aanvullen met water uit de Loosdrechtse plassen. Daarmee was demping voorgoed van de baan.
Eveneens rond 1900 wilden enkele notabelen het toerisme bevorderen en in 1902 werd de eerste zweminrichting geopend. Daar kwamen veel gasten op af en het gevolg was dat er in Oud- en Nieuw-Loosdrecht elf zwembaden geweest zijn. In 1907 had Rutger Vlug in Oud-Loosdrecht de eerste jachthaven. Aanvankelijk was de watersport voorbehouden aan welgestelden, want boten waren duur. Na 1930 kwam het bezit van een boot binnen bereik van velen. Hendrik Bulthuis in Bergum had de lattenbouw bedacht waardoor een boot zeer goedkoop gebouwd kon worden. Zijn Bergumermeerjacht (BM) werd enorm populair. De daarna ontwikkelde Zestienkwadraat (meestal grote BM genoemd) werd nog veel populairder. In Loosdrecht zijn er duizenden gebouwd. Ottenhome werd bekend tot ver over de landsgrenzen door de bouw van grote aantallen BM’s voor de verkoop en verhuur. In de topjaren lagen er meer dan 400 aan de steigers. Veel Loosdrechters vonden in de dertiger jaren werk in het toenemende aantal bootbouwerijen.
In 1912 werd de Watersport Vereniging Loosdrecht opgericht. Later kwamen er meer verenigingen en werden er veel zeilwedstrijden georganiseerd. Loosdrecht werd bekend door de Hollandweek en de Nieuw-Loosdrechtweek, thans de Loosdrechtweek. In de dertiger jaren bouwden welgestelden uit de grote steden veel karakteristieke houten zomerhuizen aan de oevers van de plassen. De meeste van deze huizen zijn vervangen door grote villa’s.

Kleine BM op de Loosdrechtse Plassen
Kleine BM op de Loosdrechtse Plassen. Bron: Collectie Historische kring Loosdrecht
BM verhuur Loosdrechtse Plassen
BM verhuur Loosdrechtse Plassen. Bron: Collectie Historische kring Loosdrecht

De watersport heeft Loosdrecht veel welvaart gebracht met name door de bouw en verhuur van ‘kleine (links) en grote BM’s (rechts)’ (coll. Historische Kring Loosdrecht).
In de Tweede Wereldoorlog liep de watersport sterk terug, maar tussen 1946 en 1960 ontstond er een enorme opleving. Loosdrecht werd ’s zomer overspoeld door dagjesmensen die op de zwembaden afkwamen en kano’s, roeiboten en zeilboten huurden. Loosdrecht verloor zijn agrarische betekenis, want veel grond werd bestemd voor woonwijken, jachthavens, vakantiewoningen en recreatieparken. Het lozen van afvalwater leidde ook tot verontreiniging van de plassen. Door de aanleg van een rioleringssysteem is dit probleem opgelost, maar over de helderheid van het water verschillen de meningen nog.
Om de waterrecreatie in goede banen te leiden werd in 1957 het Plassenschap opgericht. Er werden maatregelen genomen tegen afkalving van de oevers, vaarverordeningen uitgevaardigd, recreatie-eilanden en een strook aan het Tienhovenskanaal aangelegd.